Mobilisatie 1940 - uiterst links Nard en rechts Driek van Loon uit Asten. (Fotocollectie: Frans van de Mortel)

De Peel onder vuur: aflevering 4

vrijdag 1 februari 2019 - 12:45|Gerard Geboers

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke anekdotes, die zich afspeelden in Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 4: De Duitsers komen – 10 mei 1940.

Er hangt al dagen een zenuwachtige stemming in Meijel maar voor de kinderen van de lagere school lijkt 9 mei 1944 toch vooral een normale schooldag. Hun hoofdonderwijzer, meester Crompvoets die hier al 15 jaar voor de klas staat, maakt zich al langer ernstig zorgen. Vanwege dat militaire gedoe rond de Peel-Raamstelling, hij is er absoluut niet gerust op. Op 10 mei schrijft hij in zijn dagboek, dat hij die nacht slecht geslapen heeft. En als hij om 06.00 uur uit het raam kijkt, ziet hij minstens dertig Duitse toestellen in formatie hoog overvliegen. Hij wil het licht aanknippen… maar de lamp doet het niet… hè… ook de radio blijft stil. Een stroomstoring?… uitgerekend nu! Als dat maar niet betekent... Gespannen wacht hij af. Om 07.00 uur valt er een briefje in de bus. “Oorlog” staat er op, verder niets. Het kon niet uitblijven. Dat wordt evacueren!

Meijel is volledig omsloten door de Peel-Raamstelling, met versterkte posten in het zuiden bij de Roggelse brug en in het noorden op de Vossenberg, aan de zuidrand van de Groote Peel. Vanwege de kwetsbare ligging van het dorp is eerder al besloten, dat het bij de minste dreiging zal worden geëvacueerd. Iedereen moet weg en ook weten alle inwoners al een tijdje op welk adres in Asten ze in dat geval terecht kunnen. De kerkklokken markeren die morgen om 08.45 uur een voor Meijel bijzonder dramatisch moment. Dit is namelijk het signaal om te vertrekken. Een Nederlandse soldaat, die het vanuit de kerktoren allemaal aanziet, zal later schrijven: “De uittocht van de burgerbevolking! Als je dat in de krant leest… och, wat zal je ervan zeggen. Maar zien, terwijl je eigen gedachten bij je vrouw en kinderen zijn…”

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Van oefening in de Peel terugkerende mobilisatietroepen in de Wolfsberg (Foto: G. Cuppens)

Crompvoets gaat met zijn gezin, hun bepakte fietsen en ook nog twee overvolle kinderwagens op weg naar zijn collega-hoofdonderwijzer Vorstermans in Heusden. Een lange, moeilijke weg door het Peelmoeras ligt voor hen. Met rondom de trieste aanblik van dorpsgenoten op de vlucht en achter hen angstaanjagend mitrailleurvuur en kanongebulder.

Reserve-kapitein C. Zijlstra, commandant van de mortiercompagnie van het 2e bataljon 30 Regiment Infanterie van de Peeldivisie, tekent op 17 maart 1941 in zijn verslag van de eerste oorlogsdagen op, dat er al op 8 mei serieus rekening wordt gehouden met 10 mei als begindatum van vijandelijkheden aan het westelijk front. Dat moet hij die dag in het wekelijks overleg van de bataljonscommandant met zijn compagniecommandanten gehoord hebben. Ook al noemt hij Nederland niet met name, de Duitse troepenbewegingen met de concentratie van troepen aan de Nederlandse oostgrens zijn de officieren niet ontgaan. Terug bij zijn sectie geeft kapitein Zijlstra meteen opdracht alle telefoonverbindingen te herschikken. Hij wil vanaf nu op ieder willekeurig moment met al zijn sectiecommandanten kunnen overleggen. Ook laat hij met het oog op de luchtverdediging iedere sectie één stuk geschut buiten de kazematten opstellen. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Hoofdonderwijzer Vorstermans woonde tot 1946 in dit huis in Heusden. 

Terugtrekken
Totaal onverwacht en volledig in strijd met alle eerdere plannen besluit het Nederlandse militaire gezag in de vooravond van 10 mei de Peel-Raamstelling te ontruimen. Daartoe werd volgens kapitein Zijlstra besloten, omdat de post aan de Heldense Dijk het dreigt te begeven. De militairen op die post krijgen geen hulp, het blijkt zelfs onmogelijk hun kapotgeschoten wapens te vervangen.

Die avond laat weten alle commandanten, dat ze  die nacht met hun troepen terug moeten trekken op de Zuid-Willemsvaart. Dit leidt tot veel verwarring en onbegrip bij zowel manschappen als officieren, het motto was toch steeds “standhouden tot de laatste man en de laatste patroon!” Al die maanden bouwen aan hun stelling bij het Deurnes Kanaal blijken nu dus ook voor niets geweest.

Zijlstra komt die nacht rond 02.00 uur terug van een eerste inspectie van zijn nieuwe stelling, de westoever van de Zuid-Willemsvaart tussen Sluis 11 en Sluis 12, zonder enig spoor van enthousiasme. Het betreft een heel breed front en er is met geen mogelijkheid diepte in de stelling te brengen. Later zullen anderen nog het vrijwel ontbreken van telefoonverbindingen, de lage ligging van de westelijke oever, het drassige achterland, de afwezigheid van enige vorm van dekking en het niet-vrije schootsveld als bezwaren naar voren brengen. Ook is hun bewapening volstrekt ontoereikend, noodgedwongen hebben ze immers veel zwaar materieel en grote hoeveelheden munitie bij de Peel-Raamstelling achter moeten laten. Het doet het humeur en het moreel van de troepen, die door zware piketdiensten al uitgeput waren voordat ze aan hun nachtelijke verplaatsing begonnen, geen goed. En dan zien ze die nacht ook nog gedemoraliseerde Nederlandse troepen langskomen, die na zware strijd aan de Maasstelling teruggeslagen zijn. De vijand zal heel tevreden zijn, als ie hun verlaten stellingen bij het Deurnes Kanaal aantreft, zo vrezen ze. 


Situatieschets rond ‘t Eeuwig Leven bij het verslag van kapitein C.F. Zijlstra. (Afbeelding: www.peelbronnen.nl)

De bataljons die aan het Kanaal van Deurne stellingen bezet hielden trekken via Liessel naar Asten. Die bij de Roggelse brug gaan in eerste instantie naar de Vossenberg, terwijl die uit Neerkant zich verzamelen bij Het Eeuwig Leven, een intussen verdwenen café aan de Meijelseweg. Vanuit de verzamelpunten marcheren ze allemaal via Asten naar de Zuid-Willemsvaart.

Bij het Eeuwig Leven passeren op 10 mei 1944 dus eerst de gedesillusioneerde inwoners van Meijel, in de nachtelijke uren gevolgd door die totaal gedemoraliseerde Nederlandse troepen. Tot overmaat van ramp zal het 171e bataljon van de 56e Duitse Infanterie Divisie onder leiding van generaal-majoor Kriebel op de ochtend van 11 mei via dezelfde weg naar Asten opmarcheren. Dit alles gebeurt in een tijdspanne van niet meer dan dertig uur.

Fiets afstaan
Na weer een beroerde nacht ziet Crompvoets op zaterdagmorgen 11 mei vanaf zijn evacuatieadres pal naast de kerk van Heusden hoe dorpsgenoten in alle vroegte naar Meijel terug proberen te keren om daar hun vee te gaan verzorgen. Onderweg moeten velen hun fiets afstaan aan achterop geraakte, overhaast terugtrekkende Nederlandse militairen, die daar op hun beurt weinig voordeel van zullen hebben. Vernielde bruggen over de Zuid-Willemsvaart beletten hen te vluchten, veruit de meeste zullen als krijgsgevangenen afgevoerd worden.

Om 11.00 uur ziet de Meijelse hoofdonderwijzer twee diepgehelmde Duitsers op een motor voorbij komen stuiven. Met een revolver in beide handen nemen ze Heusden in. Kort daarna volgen al de eerste Duitsers op de fiets van wie er één een kermisman dwingt zijn vrachtwagen leeg te laden. Ontdaan ziet die kermisman de Duitser even later met zijn vrachtauto vol gevorderde fietsen naar Meijel vertrekken. Dan passeren ook de eerste kanonnen. Rond 12.00 uur hoort Crompvoets het geratel van mitrailleurs en de doffe dreunen van kanonnen bij de sluizen. Daar woedt dan een felle strijd, waar ook vliegtuigen zich in mengen. Urenlang zullen die middag Duitse troepen vanuit Meijel over Heusden naar Asten blijven trekken. Hij sluit zijn dagboeknotities die dag af met de mededeling, dat hij die middag is wezen biechten.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Tijdens Life+-project in 2016 gevonden resten van herberg ’t Eeuwig Leven.

Niet alleen in Heusden herinneren ze zich die angstaanjagende motormannen met hun revolvers nog, ook in de Wolfsberg in Asten hebben die lui menigeen de stuipen op het lijf gejaagd. Ter hoogte van de Emmastraat moeten ze nog geschoten hebben, mogelijk op terugtrekkende Nederlandse militairen. Frans Boerekamps was pas drie toen hij die mannen in  de Wolfsberg voorbij zag komen, maar het beeld staat hem nog altijd helder voor de geest. Hij heeft later ooit van juffrouw Gitsels gehoord, dat die mannen een officiële rol vervuld zouden hebben bij de inname van Asten, dat zou met enig ceremonieel vertoon op de Markt gepaard zijn gegaan.  

Veel manschappen van het Nederlandse leger marcheren die nacht over de Astense Markt naar hun nieuwe stelling aan de Zuid-Willemsvaart. Afhankelijk van hun bestemming gaan ze vanuit daar via de Wilhelminastraat naar Sluis 11 of via de Molenstraat (de latere burg. Wijnenstraat) en Dijkstraat naar Sluis 10. Overste G. Themann voert in de mobilisatietijd het bevel over zowel het 30ste Regiment Infanterie als over het vak Asten. Tot de avond van 10 mei is zijn stafkwartier gevestigd in de voormalige villa van Bluijssen op de hoek van de Julianastraat en het Koningsplein in Asten, dan verplaatst hij dat naar Heeze. Als zijn staf die gedemoraliseerde meute in Asten aan zich voorbij had zien trekken, had de strijd bij de Zuid-Willemsvaart misschien wel een heel ander verloop gekend.

Wordt vervolgd

Tags