Mijn vader als onderduiker

vrijdag 6 september 2019 - 11:43|Rinus van Otterdijk
Cees van Otterdijk.

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 35: Mijn vader als onderduiker.

Mijn vader is Cees van Otterdijk (1924-2013). Hij werd geboren op 16 oktober 1924 in Vlierden als derde kind in een gezin met negen kinderen. Altijd al speelden de verhalen over de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol in ons gezin, als ik nu terugkijk. Van jongs af aan gingen we naar Oorlogsmuseum Overloon en tijdens familiefeestjes werd vaak over de oorlog in Vlierden verteld. Ook mijn ooms hadden vaak de sterkste verhalen.

Zo werd bij mij de interesse gewekt voor deze periode in onze geschiedenis en die is door de jaren heen alleen maar breder geworden. Datums van de gebeurtenissen waren niet bekend, dus alles moet herleid worden in de periodes: schooltijd, onderduiken en na de bevrijding.

Toen de oorlog in Nederland uitbrak was Cees 15 jaar en zat hij op de MULO in Deurne. Wat betreft de mobilisatie herinnerde hij zich de inkwartiering van Nederlandse soldaten in Deurne en later van Duitse soldaten die in Deurne werden gelegerd. Vlierden kende blijkbaar geen soldaten in die periode, althans niet in zijn herinnering. Daar wist hij zich enkel de doortrekkende Duitse troepen te herinneren die plaatselijk wel erg goed bekend leken te zijn. Spionage van Duitse Sunlight-vertegenwoordigers was zijn conclusie.

Ook een gebeurtenis die hij vanuit de schoolklas zag, de aanvoer van dode en zwaargewonde Duitse militairen naar het ziekenhuis was voor hem een raadsel. Het bloed liep gewoon uit de vrachtwagens. Het gerucht ging dat er een geheim Duits wapen tijdens een test in de Peel was ontploft. ‘Kun jij een uitzoeken wat daar is gebeurd en waar?’, was zijn vraag aan mij. Helaas kwam de achtergrond van dit verhaal pas kortgeleden boven water en was mijn vader al overleden.

Een ander verhaal van een vliegtuigcrash in 1942 in de bossen aan de Helmondseweg. De Britse bommenwerper had enkele eikenbomen die langs de weg stonden geraakt en was in het bos tussen de Helmondseweg en de spoorlijn te pletter geslagen en volledig uitgebrand. Schooljongens gingen daarna op zoek naar resten, vooral stukken vliegtuigruit waren favoriet om daar ringen en kruisjes van te maken. Op zijn aanwijzingen hebben we de crashplek van de Britse Wellington kunnen lokaliseren.

In april 1943 kreeg Cees een baan aangeboden, hij ging voortijdig van school en in dienst bij PTT Post in Deurne. Maar juist in die tijd moesten alle Nederlandse mannen van 18 tot 35 jaar zich melden voor de arbeidsinzet (in het Duits 'Arbeitseinsatz') en terwijl hij nog geen maand bij de Post werkte kreeg hij een oproep voor tewerkstelling in Duitsland. Directeur Theelen van Postkantoor Deurne vroeg wat Cees wil, naar Duitsland vertrekken of onderduiken? Theelen had contacten bij het lokale verzet waar Wim Ahout een onderduikplek kon regelen. Theelen moest er van de bezetter als werkgever op toezien dat Cees op de betreffende datum met de eerste trein naar Amsterdam vertrok. Cees kreeg op of rond 17 mei 1943 van Theelen twee kaartjes, een enkele reis naar Amsterdam en een enkele reis met bus Helmond – Ysselsteyn. Eerst met de trein tot Helmond, dan met de bus weer terug.

In de bus zag hij de dochter van Theelen maar die deed net of ze hem niet herkende. Was zij uitgestuurd om te controleren of het plan was geslaagd? In Ysselsteyn liep hij zoals afgesproken vanaf de busstop naar de kerk. Een boer met vuile mestlaarzen fietste hem telkens voorbij en draaide dan weer om. Dan stopte de boer en vroeg Cees om zijn koffer te openen en of hij een briefje bij zich had. Het halve beschreven briefje paste met de helft die de boer had. Hierna moest Cees de boer volgen, hij reed weg, soms stond hij achter een huis en reed hem dan weer voorbij. Na de kerk ging het linksaf en bij boerderij Nijssen zei de gids dat hij hier moest zijn. Broer en zus Jan en Truus Daniels waren hier ook in dienst.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Cees' arbeidsovereenkomst bij de PTT.

Cees verbleef enkele maanden als enige onderduiker. Zijn dagelijks werk bestond uit houtmutsert maken, schoffelen en turfsteken. In Vlierden kwam de echtgenote van de lokale NSB-er steeds informeren of vader Van Otterdijk al iets van Cees had gehoord, omdat die nooit in Duitsland was gearriveerd. Marinus van Otterdijk antwoordde dat hij nog steeds niets van zijn zoon had gehoord. Maar ook in Ysselsteyn was er het gevaar van een lokale NSB-er die erg veel interesse leek te hebben voor zijn onderduikadres, waardoor Cees in paniek naar Vlierden terugging. Wanneer dit precies plaatsvond is niet helemaal bekend, maar mogelijk heeft ook de dood van zijn oudste zus Miet hierin bijgedragen.

Maar vreemd genoeg kreeg de moord op Miet nooit een hoofdrol in zijn verhalen. Slechts een enkele keer kwam dit onderwerp ter sprake. Dan werd verteld hoe Miet op 25 september 1943 door Duitse soldaten vanuit een langsrijdende trein op grote afstand door een kogel in de lies werd geraakt en doodbloedde. Dokter Wiegersma, een goede vriend van opa Marinus van Otterdijk probeerde te begrijpen waaraan Miet was gestorven en ontdekte de kogelwond. Daaraan heeft Cees wel een flinke afkeer van Duitsers overgehouden. Cees is toen een nacht thuisgebleven.

Neef Grard van der Heijden kwam ‘s-avonds praten over onderduiken bij hen thuis in de Astense Peel. Grard had contacten bij het verzet aldaar, waar zich al een aantal onderduikers schuilhielden. Hierna zou Cees bij ome Toon en tante Nel van der Heijden verblijven. Verzetsman Piet Gitzels liet Marinus van Otterdijk alle benodigde gegevens doorgeven aan de kapelaan van Liessel. Cees werkte er op het land en in de Peel, samen met de andere onderduiker bij de familie Van der Heijden, Dick Veger uit Texel.

Op bijna alle boerderijen in de Astense Peel waren onderduikers aanwezig, van wie een flink aantal uit Texel. Die kwamen daar terecht via Staatsbosbeheer en contacten in Weert. De verzorging van de vele onderduikers gebeurde door het Liesselse verzet dat door onder andere Piet Gitzels werd geleid. De onderduikers in de Astense Peel hebben een tijdje dubbele distributiebonnen gekregen door onderlinge rivaliteit tussen het Deurnese/Liesselse en het Astense verzet. Op werkdagen bleven ze gewoonlijk in en bij de boerderij. Naast het werk op het land had Cees ook de zorg voor de post, die werd verzonden in giro-enveloppen. De ondergrondse leverde die post af bij oom Toon en Cees zorgde voor aflevering bij de onderduikers.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Een groep onderduikers, met vierde van links Cees van Otterdijk.

Iedere week op zondag gingen ze naar de kerk in Heusden en vaak waren er ook samenkomsten van onderduikers uit de omgeving (als het veilig was), soms in hun stamcafé langs de Meyelseweg, bij Engelen. Wim Knien speelde dan op zijn accordeon.

Onderduikers ontvingen ook gewoon loon, vader Van Otterdijk kreeg 75 gulden per maand voor Cees. In het verzet was een systeem van leningen om onder andere de onderduikers te kunnen betalen. De mensen die geld uitleenden kregen daarvoor een bewijs, meestal geschreven op oude bankbiljetten zodat de lening na de oorlog door de regering weer terugbetaald kon worden. De hele administratie van namen, adressen en beloning was ondergebracht bij de zusters in Liessel.

Bij razziagevaar werden ze meestal vooraf gewaarschuwd en sliepen dan in het koren. Dat is in zijn herinnering drie keer gebeurd en volgens mijn vader kwamen de waarschuwingen van de Astense NSB-er Van Lieshout. Maar toch werd het nog weleens spannend. Zo liepen er landwachters tijdens een razzia langs een veldschuur waar een tiental onderduikers in zaten, zonder hen op te merken.

Soms werden onderduikers gevraagd om mee te werken bij verzetsacties. Piet Gitzels kwam eens naar de Peel om de onderduikers toe te spreken. Hij stond toen op een kistje te midden van de samengeroepen onderduikers, hij zocht enkele stevige jongemannen om samen een distributiekantoor te gaan overvallen. Maar stilaan werd toch duidelijk dat de geallieerden in aantocht waren. Vanuit de verzetsgroep kregen ze regelmatig updates over de stand van zaken van de oorlog. Op 6 juni 1944 waren ze op het land aardappelloof aan het verbranden toen er een laagvliegende Spitfire boven de Peel verscheen. Dan volgde al snel de opmars van de Britten richting Asten en ze hoorden in de Peel de beschietingen. De oorlog kwam gevaarlijk dichtbij toen een Duits kanon van achter de boerderij richting Asten begon te schieten. Telkens als dat kanon een schot afvuurde werd dat door de Britten flink beantwoord met een tegensalvo. Hierop verplaatste het Duitse kanon zich een paar honderd meter en het gevecht begon weer opnieuw.

Iedereen in huize Van der Heijden zat dan in de schuilkelder onder de boerderij en maakte zich grote zorgen dat de boerderij door een granaat geraakt zou worden. Want als de boel in brand vloog, dan zaten ze als ratten in de val. Maar uiteindelijk trokken de Duitsers zich terug en kwam het bericht dat ook Vlierden was bevrijd. Op 24 of 25 september 1944 ging Cees samen met Dick Veger op de fiets naar Vlierden. Bij het Fortuintje in Asten zagen ze de eerste twee Duitse gesneuvelden langs de weg liggen en keken maar snel de andere kant op. Maar toen ze doorreden richting Vlierden zagen ze meer gesneuvelde Duitse militairen en al snel besloten ze van dichtbij te bekijken waar die precies getroffen waren.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Boerderij van Van der Heijden. 

In Vlierden aangekomen bleek dat daar veel werk was te doen, het ouderlijk huis was volledig afgebrand. Zoals ook veel andere boerderijen en huizen veel schade hadden of totaal waren vernield. Overal lagen de resten van de gevechten, wapens en munitie vond je overal. Met onder andere een vernielde Britse brencarrier net buiten Vlierden, waaronder enkele weken later nog twee gesneuvelde Britten werden ontdekt, en een Duits geschut in het centrum waarvan de loop was ontploft. Er werd gezegd dat de Britten precies in de loop van dat kanon geschoten hadden. In werkelijkheid zal het beschadigde kanon door de terugtrekkende bemanning zijn vernietigd. Het gezin Van Otterdijk bleek al op 23 september naar ‘t Ven te zijn vertrokken om beschermd te zijn tegen de beschietingen.

Cees werd gevraagd om te helpen bij het opruimen van het puin, de bewaking en het herstellen van (deels) vernielde huizen. Ook het begraven van gedode militairen en dieren behoorde tot zijn takenpakket. Rechts van zijn ouderlijk huis tegen de afgebrande veldschuur lag een dode Duitse soldaat en richting de straat lag een dood paard. Vooraan in Vlierden bij Kanters en achter de smidse bij Franssen lagen enkele gesneuvelde Duitsers. Al deze soldaten kregen ter plekke een veldgraf. In 1947 werd Cees door de Nederlandse gravendienst gevraagd om de plekken aan te wijzen waar hij de gesneuvelden had begraven. Met lange prikstokken werd het graf weer gelokaliseerd en opgegraven om in Ysselsteyn te worden herbegraven. Al snel, oktober 1944, kon hij weer beginnen bij PTT Post in Deurne, waar hij zijn collega Jan Althuizen leerde kennen die ook terugkwam van onderduiken. Beiden hadden op school Engels geleerd zodat ze snel contact maakten met de geallieerde soldaten. Beiden werden ook door Amerikaanse soldaten uitgenodigd om eens mee te gaan naar het front in Griendtsveen, dat moet dus rond 10 oktober zijn geweest. Cees vond dat toch wat te veel van het goede, maar Jan ging mee en toen hij terugkwam was hij best enthousiast en ging daarna in dienst bij de Amerikanen.

Vanaf de bevrijding op 24 september 1944 tot begin november bleef het nog spannend in Vlierden en was het een komen en gaan van Britse en Amerikaanse eenheden. Deze periode vond Cees, ondanks alle ellende, een prachtige tijd. In Vlierden heeft een aantal weken een Britse artillerie-eenheid verbleven toen het front vastliep in de Peel. Met diverse soldaten uit deze eenheid ontstonden vriendschappen en met hen werd nog tot lang na de oorlog contact onderhouden. Ze hadden grote vrachtwagens met een platte neus waar ‘192’ op geschilderd stond en een groot kanon met twee verticale zuigers. Weer zo’n lekker zoekplaatje: de vrachtwagen was de AEC Matador, het kanon een 4,5 of 5,5 inch houwitser en de ‘192’ was de voertuigcode voor 77th Medium Field Regiment Royal Artillery. Laat dat nu juist een van de eenheden zijn die Vlierden in puin hebben geschoten. Dat was volgens de Vlierdenaren door Duitse kanonnen gedaan, nou, niet dus.

Overal in en rond Vlierden werd de munitie voor deze kanonnen opgeslagen. Cees en zijn vrienden vonden het prachtig om met de staven kruit te experimenteren. Een afgeschoten Duitse huls van een kanon werd volgestopt met de Britse kruitstaven, bovenkant een beetje platslaan en vuurtje eraan. Het vuur spoot huizenhoog. De lege kruitzakken werden op een vuurtje gegooid, maar toen dat niet snel genoeg ontbrandde vond Frans Wijlaars het een goed idee om er eens in te blazen. Gevolg, een steekvlam, zwart gezicht en flink wat haren verdwenen.

Altijd heeft mijn vader gezegd dat hij zich die tijd herinnert als een spannende maar ook best mooie tijd. Nu hij er niet meer is merk ik pas hoe vaak ik denk: dit had ik nog moeten vragen of dat had hij nog wel willen weten in relatie tot de oorlog.

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Man opgepakt voor mishandeling Milheeze MILHEEZE - De politie heeft een 34-jarige Helmonder opgepakt die op 24 augustus een andere man in het gezicht zou hebben geschopt. De verdachte zit vast voor verder onderzoek. De... 16 september 2019 - 15:16
In beeld: World Trade Center in het gemeentehuis DEURNE - De maquette van het World Trade Center van Daan van der Steijn was woensdagavond te zien in het gemeentehuis van Deurne. Tussen 20.00 uur en 21.00 uur kwamen... 13 september 2019 - 15:15
Deurnese celbioloog in race voor prijs DEURNE - Rik van der Kant (35) uit Deurne is een van de drie genomineerden voor een Young Outstanding Researcher Award. De celbioloog dingt mee naar een prijs ter waarde... 13 september 2019 - 14:15
De bevrijding van Someren en Asten De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 13 september 2019 - 13:16
Verlicht WTC te zien in gemeentehuis DEURNE - De maquette van het World Trade Center van Daan van der Steijn is woensdagavond van 20.00 uur tot 21.00 uur te zien in het gemeentehuis van Deurne. Het... 11 september 2019 - 15:07
Uitslaande zolderbrand in Deurne DEURNE - De brandweer is in de nacht van dinsdag op woensdag uitgerukt voor een zolderbrand aan de Schubertstraat in Deurne. De brand ontstond rond middernacht. Al snel sloegen de... 11 september 2019 - 08:09